Menu Home
Adviescommissie VGT
Menu Adviezen
Menu Subsidies
Menu Projecten
Menu Decreet VGT
Menu Vaak gestelde vragen

28.04.2016 │Tolkuren in het gewoon onderwijs staat niet gelijk aan tweetalig onderwijs

De adviescommissie Vlaamse Gebarentaal wil graag reageren op de actuele vraag d.d. 27 april 2016 over de plaats van de Vlaamse Gebarentaal in het onderwijs van Vlaams Parlementslid Vera Celis (N-VA) aan minister van Onderwijs Hilde Crevits.

Op de persconferentie op 26 april naar aanleiding van tien jaar erkenning Vlaamse Gebarentaal (VGT) stond het belang van opvoeding en onderwijs in VGT sterk op de voorgrond. De adviescommissie is inderdaad, samen met de Federatie van Vlaamse DovenOrganisaties (Fevlado), vragende partij voor een structureel uitgebouwd tweetalig onderwijs in Nederlands en Vlaamse Gebarentaal, binnen het gewoon onderwijs. Deze onderwijsvorm bestaat momenteel niet in Vlaanderen waardoor gelijke onderwijskansen voor dove kinderen niet gegarandeerd kunnen worden.

In het buitengewoon onderwijs wordt VGT zeker niet algemeen gebruikt als voer- en instructietaal en niet breed gedragen door de scholen. Bovendien biedt het buitengewoon onderwijs geen garantie op een diploma en doorstroming naar het hoger onderwijs. Tolkuren in het gewoon onderwijs zijn een ondersteuning, een redelijke aanpassing, voor dove kinderen om het gewoon onderwijs te kunnen volgen, maar staan niet gelijk aan tweetalig onderwijs omdat het onderwijs nog steeds in het Nederlands gebeurt, waartoe leerlingen “toegang” krijgen via tolken. Fevlado wijst er bovendien op dat er een aantal knelpunten verbonden zijn aan het gebruik van tolken het onderwijs, zeker het kleuter- en lager onderwijs. Dove leerlingen die naar het gewoon onderwijs gaan krijgen VGT ook niet als taalvak. Dit alles betekent dat er geen sprake is van inclusief onderwijs zoals bedoeld in artikel 24 van het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, dat ook door Vlaanderen geratificeerd werd.

Fevlado voerde met steun van het departement Gelijke Kansen een verkennend onderzoek uit naar welke onderwijsvorm wel gelijke kansen garandeert, en kwam uit bij tweetalige (VGT-Nederlands) klassen in een bestaande of startende school binnen het gewoon onderwijs, waar naast dove kinderen eventueel ook horende broers en zussen, en horende kinderen van dove ouders school kunnen lopen. Deze onderwijsvorm bestaat reeds in Namen en is een mogelijke manier om artikel 24 van de VN-Conventie te implementeren. Het volledig onderzoeksrapport is beschikbaar op de website van Fevlado. 

In het debat dat volgde op de actuele vraag van mevrouw Celis blijkt duidelijk dat er bij de meeste Vlaamse volksvertegenwoordigers en bij de minister verwarring bestaat omtrent het verschil tussen het gebruik van tolken VGT in het onderwijs enerzijds en tweetalig onderwijs anderzijds. Het inzetten van tolken zijn een redelijke aanpassing voor dove leerlingen om onderwijs in het Nederlands te kunnen volgen via VGT, maar staan zeker niet gelijk aan tweetalig onderwijs. Stel u voor dat een Spaanse leerling lessen in een Nederlandstalige school volgt met een tolk Nederlands-Spaans; ook dat is geen tweetalig (Nederlands-Spaans) onderwijs. De vraag van de adviescommissie en Fevlado betreft dus een onderwijsvorm die los staat van het huidige buitengewoon en geïntegreerd onderwijs zoals we dat nu kennen. Het gaat om het inrichten van onderwijs waarin het onderricht in VGT in zekere zin zou kunnen worden opgevat als een afzonderlijke methodologie, naar voorbeeld van de methodescholen. Dit is een mogelijke interpretatie van artikel 24§3 van het VN-Verdrag. Het is ook één van de wettelijke mogelijkheden die het onderzoeksrapport waarnaar de minister verwijst en dat weldra verspreid zal worden, voorop stelt. Dit onderzoek, dat nagaat hoe de juridische status van de VGT en Vlaamse Gebarentaligen versterkt kan worden, werd uitgevoerd op voorstel van de adviescommissie door het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KU Leuven en gesubsidieerd door het departement CJSM.

Minister Crevits verwijst naar het M-decreet, maar dit betekent nog steeds niet meer dan dat kinderen in het gewoon onderwijs kunnen – of moeten -  meedraaien via redelijke aanpassingen, vaak als enige dove leerling in een ‘horende’ school, zonder dat de onderwijsomgeving verder wordt aangepast.

De minister stelt verder “het is vrijwel onmogelijk om in elke klas in elke school in Vlaanderen nu alles tweetalig te gaan doen.” Dat is ook niet de bedoeling. Het gaat om het inrichten van tweetalige klassen op één of meerdere plaatsen in Vlaanderen, te beginnen met kleuteronderwijs, waar dove kinderen en hun horende broers en zussen die tweetalig onderwijs willen volgen, terecht kunnen. Het gaat ook niet om “iedereen die doof is, nu in dezelfde school te stoppen, waar dan alles tweetalig is”. Het gaat om het recht om onderwijs te kunnen volgen in de Vlaamse Gebarentaal en het Nederlands, voor leerlingen die dat wensen. Dat zou een daadwerkelijke erkenning betekenen van de VGT als instructietaal, in plaats van (enkel) als een “hulpmiddel” om via tolken toegang tot het Nederlands te verkrijgen.

Vertaling VGT in ontwikkeling

Videoverslag Vlaams Parlement

Actuele vraag over de plaats van de Vlaamse gebarentaal in het onderwijs van Vera Celis aan minister Hilde Crevits, 27 april 2016