Menu Home
Adviescommissie VGT
Menu Adviezen
Menu Subsidies
Menu Projecten
Menu Decreet VGT
Menu Vaak gestelde vragen

Recht op kwaliteitsvolle tolken

Gebarentaaltolken tolken meestal, maar niet altijd, tussen een dove persoon die zijn/haar gebarentaal wenst te gebruiken en een horende persoon die zijn/haar gesproken taal gebruikt. In Vlaanderen gaat het dan meestal om  Vlaamse Gebarentaal en  Nederlands maar ook andere combinaties zijn mogelijk, bijv. Vlaamse Gebarentaal en Frans/Engels. De meeste gebarentaaltolken zijn horend, maar de laatste jaren zien we ook in Vlaanderen steeds vaker dove gebarentaaltolken aan het werk, bijv. op televisie, waar zij tolken tussen geschreven Nederlands (op autocue) en VGT. Zo wordt het kinderjournaal Karrewiet op Ketnet getolkt door dove tolken. Dove tolken worden ook ingezet om te tolken tussen een andere gebarentaal en Vlaamse Gebarentaal, om te tolken voor doven met minimale gebarentaalvaardigheden en om te tolken voor doofblinden.

Kwaliteitsvolle tolken

Tot 2008 kon wie tolk VGT wilde worden dat enkel doen via deeltijds onderwijs. Sinds 2008 is er ook een voltijdse academische opleiding. Momenteel bestaan er dus drie opleidingen: een deeltijdse graduaatsopleiding (niveau voorlopig als HBO 5-opleiding beschouwd) aan het CVO Crescendo in Mechelen, een soortgelijke opleiding aan het CVO VSPW in Sint Amandsberg (Gent) en een academische opleiding (Bachelor in de Toegepaste Taalkunde, Master in het Tolken en Postgraduaat Conferentietolken) aan de faculteit Letteren van de KU Leuven, Campus Antwerpen.

Belangrijk om te weten is dat de meeste studenten die de opleiding aanvatten nog helemaal geen Vlaamse Gebarentaal kennen en in vele gevallen ook weinig tot niets weten over de (Vlaamse) Dovengemeenschap en Dovencultuur. Hierin verschilt de opleiding gebarentaaltolken opnieuw van de opleidingen gesproken taal tolken, waar studenten in sommige gevallen al in het middelbaar onderwijs één van de talen hebben geleerd. Vlaamse Gebarentaal is geen keuzevak in het middelbaar onderwijs (maar zou dat kunnen worden, zie deel 'Recht op onderwijs') en kan dus niet worden verworven voor de start van het hoger onderwijs. De opleiding stelt dan ook hoge verwachtingen. Studenten starten zonder kennis van de taal en de taalgemeenschap en moeten uitgroeien tot tolken die in staat zijn simultaan te tolken van Nederlands naar VGT en omgekeerd.

De adviescommissie denkt momenteel na over de toekomst van de tolkenopleidingen en de vereiste niveaus en doelstellingen van deze opleidingen. Het is duidelijk dat de academische opleiding moet behouden blijven, de vraag is of er ook nog andere opleidingen nodig zijn. De adviescommissie is dan ook voorstander van een bevraging van de Vlaamse Dovengemeenschap over het vereiste niveau en de doelstellingen van de tolkenopleidingen.

 

Organiseer een bevraging van de Vlaamse Dovengemeenschap i.v.m. het vereiste niveau en doelstellingen van de tolkenopleidingen.

 

Wie afstudeert aan een tolkenopleiding staat nog maar aan het begin van zijn loopbaan en moet ook persoonlijk investeren in verdere ontwikkeling. Dit is enkel mogelijk wanneer hiervoor een bijscholingsaanbod bestaat. In Vlaanderen is dit momenteel niet het geval. De adviescommissie is dan ook voorstander van het uitbouwen van een bijscholingsaanbod.

Daarnaast moet ook de kwaliteit worden bewaakt. Op dit moment is het immers zo dat tolken VGT die afstuderen niet meer tussentijds worden geëvalueerd. Net zoals elke andere taal moet ook VGT worden onderhouden,  net als de technische aspecten van het tolken an sich. Sommige tolken nemen bijv. maar heel sporadisch tolkopdrachten aan. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de dienstverlening. Deze kwaliteitsbewaking kan naar Nederlands model gebeuren in de vorm van een “register”. Tolken sluiten zich aan bij dit register en worden ingedeeld in een bepaalde categorie. Afhankelijk van die categorie, kan de betrokken tolk bepaalde opdrachten wel of niet uitvoeren. Doorstromen naar een hogere categorie kan enkel wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Het is op dit moment nog niet duidelijk of dezelfde manier van kwaliteitsbewaking ook wenselijk en (wettelijk) haalbaar is in Vlaanderen. De commissie adviseert dan ook om dit te onderzoeken met alle betrokken actoren.     

 

Investeer in professionele opleidingen voor tolken VGT, rekening houdend met de noden van de Dovengemeenschap. Bouw een bijscholingsaanbod uit en investeer in een vorm van kwaliteitsbewaking voor tolken VGT.

 

Te weinig afgestudeerde VGT tolken stappen in het beroep

Hoewel er de voorbije 30 jaar in principe meer dan voldoende studenten de opleiding tot tolk VGT met succes hebben afgerond, zijn er momenteel nog steeds te weinig actieve tolken. Dat komt omdat te weinig afgestudeerden in het beroep stappen, en diegenen die dat wel doen, kiezen vaak voor een deeltijdse tewerkstelling als zelfstandige tolk, naast een ander beroep in dienstverband. Een belangrijke reden hiervoor is de te lage verloning, waardoor er te veel uren moeten getolkt worden voor een aanvaardbaar maandloon. Momenteel worden ook enkel de “getolkte uren” betaald en is er geen loon voor de (uiterst noodzakelijke) voorbereiding of voor de reistijd heen en terug van een opdracht.

Het CAB (het centraal tolkenbureau dat de inzet van tolken in Werk, Welzijn en Onderwijs coördineert) heeft in de lente van 2013 onderzocht hoeveel freelance tolken er in de drie erkende opleidingen (CVO Mechelen, CVO Gent, KU Leuven, Campus Antwerpen) zouden afstuderen in juni 2013 en van plan zijn om in het beroep te stappen (in de veronderstelling dat deze personen allemaal slagen in hun eindexamens). Het ging om amper 1 tot 2 personen. In 2014 studeren meer mensen af, maar het is onduidelijk hoeveel er in het beroep willen stappen. Wat de twee CVO tolkopleidingen betreft, valt het bovendien op dat de meeste studenten nu al een andere job hebben, en een overstap naar tolk als beroep niet meteen voor de hand ligt.

Volgens berekeningen van het CAB zijn er de komende jaren ongeveer 21 extra tolken nodig om 40.000 tolkuren in het onderwijs in te vullen. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de toenemende vraag in de sector Werk. Voorts zal ook de vraag naar de nieuwe dienstverlening afstandstolken (die vooral in Welzijn en Werk wordt ingezet) toenemen. Men mag dus besluiten dat minstens een 25-tal voltijdse tolken nodig zijn.

Het CAB heeft deze informatie in mei 2013 bezorgd aan de Vlaams minister van Onderwijs, met de vraag of de Vlaamse Regering de arbeidsvoorwaarden voor de freelance tolken op korte termijn aantrekkelijker wil maken. Zonder extra inspanningen lukt het nooit om (pas) afgestudeerde tolken te overtuigen om in dit beroep te stappen. De arbeidsomstandigheden van tolken VGT moeten dus dringend worden verbeterd, en een loonsverhoging is daarbij prioritair. Een mogelijke denkpiste is alle tolken een voldoende hoog basisloon uit te betalen en daarnaast een systeem van financiële beloning uit te werken voor wie investeert in professionele ontwikkeling en permanente vorming.

 

Verbeter de arbeidsomstandigheden van tolken VGT met als eerste prioriteit loonsverhoging, zodat het beroep aantrekkelijker wordt en de instroom vergroot.

 

Opleiding voor dove tolken

We zien de laatste jaren in Vlaanderen steeds vaker dove gebarentaaltolken aan het werk. Op dit moment is er echter geen formele opleiding of training voor dove tolken in Vlaanderen. Er zijn dus ook nog geen gediplomeerde dove tolken. De adviescommissie pleit voor een specifieke opleiding voor dove tolken en vertalers. Ook buitenlandse doven met interesse om te tolken tussen specifieke gebarentalen/geschreven talen die in Vlaanderen worden aangeboden, zouden kunnen aansluiten bij deze opleiding. Net zoals het voor Vlaamse doven mogelijk zou moeten zijn om te studeren aan een buitenlandse tolkenopleiding indien zij dat wensen.

Het is ook belangrijk dat er erkenning komt voor de reeds actieve dove tolken. We denken concreet aan twee initiatieven op vlak van opleiding: een relatief korte opleiding voor wie reeds enige ervaring heeft, voornamelijk voor de erkenning als professional en het mogelijk maken van een verloning. Op langere termijn dient er een volwaardige opleiding te komen, in zekere zin te vergelijken met de opleiding voor horende tolken.

 

Zet dringend een aangepaste korte termijn opleiding op voor dove tolken, met als doel het erkennen van deze tolken. Op langere termijn dient een volwaardige opleiding te worden ingericht.

 

Afstandstolken, oplossing voor korte gesprekken

Bij afstandstolken is de tolk niet aanwezig bij het gesprek dat hij/zij zal tolken. De tolk bevindt zich op een afstand en de communicatie tussen de VGT-talige en de tolk verloopt via videomeeting op een  smartphone, laptop, tablet. De dove gebruiker neemt contact op met de afstandstolkendienst en geeft het telefoonnummer door van de horende persoon met wie hij/zij wenst te spreken. De tolk neemt dan contact op met de horende persoon en zal het gesprek tolken. Het is ook mogelijk dat de dove gebruiker en zijn/haar horende gesprekspartner zich op dezelfde plaats bevinden en samen in verbinding staan met de tolk op afstand.

Het afstandstolken is vooral bedoeld voor korte gesprekken in werk- en privé-situaties. Afstandstolken kan ook gebruikt worden in bepaalde medische situaties (spoed, kort bezoek aan huisdokter), maar voor complexe situaties (lang gesprek, operatie …) gaat de voorkeur uit naar de fysieke aanwezigheid van een tolk. Belangrijk is dat de dove gebruiker zelf de keuze kan maken voor een afstandstolk of een fysiek aanwezige tolk.

In 2012 kon het CAB dankzij de steun van het Europees Sociaal Fonds (ESF), de VDAB, Welzijn, het provinciebestuur Oost-Vlaanderen, het Fonds Beeckman van de Koning Boudewijnstichting, Hart voor Handicap (De Standaard) en Belgacom starten met een afstandstolkendienst. Hoewel deze dienstverlening nog erg nieuw is en zich in een experimentele fase bevindt, is de meerwaarde ervan al duidelijk. Het was in het verleden immers heel erg moeilijk om een tolk in te schakelen voor korte gesprekken aangezien de voorkeur van tolken logischerwijze uitgaat naar langdurige opdrachten. Dit probleem is nu opgelost; ook voor korte gesprekken kan er makkelijk een tolk worden ingeschakeld. Het is dan ook erg belangrijk dat deze dienstverlening de experimentele fase overleeft en na 2015 structureel kan worden ingebed in de tolkenwerking. Met het oog op een structurele inbedding van afstandstolken, is het ook belangrijk dat er in de reguliere tolkenopleidingen aandacht komt voor afstandstolken, aangezien tolken VGT hier momenteel niet specifiek voor opgeleid zijn.

 

Zorg voor een structurele inbedding van het project afstandstolken en investeer in een opleidingsaanbod.

 

Tolkuren voor alle domeinen

Momenteel zijn er tolkuren voor de domeinen Werk, Onderwijs, Leefsituatie, Beroepsopleiding en Sollicitatie. Wie beroep wil doen op een tolk buiten deze domeinen (bijv. een cursus volgen buiten het officiële onderwijs, deelnemen aan een cultureel evenement of voor een bestuursvergadering van een vereniging) kan geen beroep doen op “cultuurtolkuren” en moet hiervoor L-uren inzetten (de zogenaamde “privé-uren”). Dat gebeurt echter meestal niet wegens het beperkte aantal L-uren waarop een dove persoon per jaar kan beroep doen (18 uur per jaar, mits motivatie 36 uur). Ook binnen het domein gezondheidszorg moeten privé-uren worden aangewend, bijv. voor een doktersbezoek. Er is dus nood aan een uitbreiding van de domeinen waarbinnen tolkuren kunnen worden gebruikt. Dit kan eventueel gebeuren door deze uren of een deel ervan toe te kennen aan de instellingen of organisaties, zo moet de individuele gebruiker zelf minder organiseren.

 

Breid de domeinen uit waarin tolkuren kunnen worden gebruikt.